Nieuwbouw Rae Bridge 2001-2003

Ted Polet

Een compleet overzicht van alle foto's is te vinden in het fotoalbum (onderaan de pagina).

1 - het project gaat van start

Januari 2001: na twintig jaar trouwe dienst van station Rae Bridge van de Craigcorrie & Dunalistair Railway ben ik begonnen met het vervangen van dit oudste deel van de CDR. Sommige delen van Rae Bridge dateerden nog uit 1968, en zowel de sporen als de scenery waren aan vervanging toe. Ook kon ik zo wat problemen oplossen uit de bestaande situatie. Zo kon er nu een zijlijn worden toegevoegd en kon Rae Bridge geheel als transportabele modelbaan worden opgezet om af en toe eens mee naar een tentoonstelling te gaan. Normaal moeten de drie nieuwe modules onderdeel worden van de permanente modelbaan bij mij op zolder.

Het plan was om eerst het houtwerk en het losse onderstel te maken en dan de eerste sporen te leggen. Daarna kon het oude gedeelte worden verwijderd en uit elkaar gehaald. Alle gebouwen en veel details zouden worden hergebruikt om de sfeer van het oude station enigszins te bewaren.

Februari 2001: na de proef met het leggen van sporen over de scheiding van twee modules heen heb ik, met enige pijn in m'n hart, het 33 jaar oude station Rae Bridge voorzichtig gedemonteerd en van zijn plaats gelicht. De nieuwe modules pasten met enig gerommel uiteindelijk precies op hun plaats. Begin maart ben ik begonnen met het aanbrengen van de eerste verhoogde sporen.

Eind maart 2001 had ik ongeveer voor ogen hoe het plan verder moest worden uitgewerkt. Vooral de aansluiting naar de rijtuigloods heeft mij heel wat hoofdbrekens gekost. Uiteindelijk bleek de oplossing niet zo moeilijk. Begin april lagen alle sporen in het station op hun plaats, behalve het tramdepot. Hier moesten nog twee ontbrekende Peco wissels worden toegevoegd.

Het lokomotiefdepot is op een fundering van balsa latjes geplaatst, voornamelijk om de sporen goed te kunnen aanleggen. Het depot is namelijk nogal ongelijk van vorm; het lijkt alsof het door de bouwers een beetje slordig is neergezet en in het interieur is weinig ruimte om het achterste spoor geheel tot achterin te laten doorlopen zonder dat lokomotieven vastlopen tegen de dakbalken en de smalle doorgangen.

2 - Hervatting van het werk

November 2001: na zeven maanden stilstand komt er eindelijk weer beweging in het project. Begin november begon ik met het aanleggen van het verhoogde spoor dat gedeeltelijk door en gedeeltelijk achter het landschap van Rae Bridge loopt. Een lastig ding daarbij is de opklapbare brug voor de deur langs. Deze is uitgerust met twee scharnieren, waarbij het draaipunt verplaatst is zodat het spoor op de brug vóór het vaste deel langs valt. Als alles goed gaat moeten de railaansluitingen precies langs elkaar vallen.

De overige werkzaamheden hebben zich vooral op de linkerzijde van het tafereel geconcentreerd, waarbij ik er achter kwam dat de zaak er toch heel anders uit gaat zien dan vroeger. Zo zie je maar: zelfs nauwkeurig plannen houdt niet in dat je alles vooraf kunt voorzien. Toch heeft het wel iets, die trein op dat hoogliggende spoor. Mijn belangrijkste zorg is nu dat het tafereel niet te druk wordt.

December 2001: de kerstvakantie had van mij wel wat langer mogen duren. Toch boekte ik aanzienlijke voortgang bij het aanleggen van de mechanische wissel- en seinaandrijving. Dat was een kenmerk van het oude station Rae Bridge, alleen heb ik het hier anders aangepakt door alle onderdelen van het mechanisme onder de baan weg te werken. Het mechanisme bestaat uit eenvoudige onderdelen: fietsspaken, kroonsteentjes en wasknijpers.

Januari 2002: het in de kerstvakantie voortgezette werk aan de mechanische wissel- en seinbediening wordt nu gevolgd door enkele weken waarin ik de bedrading heb toegevoegd. Deze is natuurlijk in drie delen gesplitst. De linker en rechter unit zijn bedraad met behulp van 30-aderige 'flat cable' in 12 kleuren. Deze kabels zijn uiteengerafeld en brengen de aansluitingen exact op de plaats waar ze nodig zijn: een stuk spoor of een wissel (op de linker unit liggen twee elektrisch bediende wissels). Aan het andere uiteinde zit een D-connector van hetzelfde type dat achter op uw computer zit.

De bedrading van de linker en rechter unit komt zo op de middelste unit. Daar is hij aangesloten op een stukje blanco printplaat, waar ik kruiselings groeven in heb geslepen. Op die manier heeft elke aansluiting zijn eigen stukje printplaat. Hetzelfde heb ik gedaan bij de aansluitingen van de sporen op de middelste unit en van het schakelpaneel. Tot slot heb ik alle doorverbindingen gemaakt tussen de aparte stukjes printplaat.

Eind januari: Na maanden van voorbereiding kon ik nu de drie modules op hun plaats hangen en de eerste proefritten gaan maken. Ondanks tussentijds testen bleken er echter nog aardig wat fouten in de bedrading te zitten. Dat is natuurlijk geen wonder, maar toch kostte het mij nog een paar avonden zoekwerk. Maar niet lang daarna was het eindelijk zo ver: de eerste trein reed weer!

3 - Een kerstklus

Juni 2002: Sinds januari heb ik eerst enkele maanden normaal treinverkeer afgewikkeld over de nieuwe modelbaan om het spoor, de bedrading en de mechanische wisselbediening te testen. Tot mijn verbazing heb ik weinig problemen ondervonden, ondanks het ingewikkelde werk van de maanden die daaraan vooraf gingen. Begin mei was de tijd dus rijp om met het oog op de komende tentoonstelling in het smalspoormuseum in Valkenburg een begin te maken met de landschapscontouren. En alweer kreeg ik te maken met een grote hoeveelheid werk waarvan het product nog niet erg lijkt op het eindresultaat dat je er mee wilt bereiken: een volledig aangekleed landschap dat onmiddellijk je fantasie prikkelt als je het ziet. De modelbouw wordt voor mij pas echt leuk als de zaak een beetje groen wordt…

Voor het bouwen van landschapscontouren gebruik ik het liefst polystyreenschuim (piepschuim) en golfkarton. Dat kost wat meer tijd dan de Amerikaanse 'hardshell' bouwwijze, waarbij stroken karton op de houten ondergrond worden vastgeniet en vervolgens afgedekt met stukken keukentissue gedrenkt in gips. Het voordeel is echter dat ik beter in staat ben om lastige constructies te maken zoals een compleet stuk landschap dat kan worden weggenomen om bij de onderliggende sporen en wissels te kunnen komen. De foto's laten zien hoe ik het heb aangepakt. Het voordeel van dit materiaal is dat het gemakkelijk te bewerken is en kan worden gelijmd met witte houtlijm. Met spelden wordt de zaak vastgezet totdat de lijm droog is.

Toen de landschapscontouren en het nieuwe tramstation klaar waren bleef de vraag hoe ik nu het model van de whiskydistilleerderij zou gaan opzetten waarvoor ik al jaren plannen had. Tegelijkertijd moest ik de scherpe boog in het hoofdspoor zien af te schermen, waar deze aan de rechterkant het tafereel verlaat. De beschikbare ruimte was nogal beperkt, dus ik besloot om eerst maar eens uit te zoeken hoe whisky nu eigenlijk gemaakt wordt en welke gebouwen daarvoor nodig zijn. Na wat zoekwerk op Internet wist ik voldoende om een eerste plan te maken.

Het plan was een beetje afwijkend van de normale praktijk omdat ik de spoorweg tussen de gebouwen van de distilleerderij wilde laten verdwijnen. Ik heb daarom de moutloods (waar de gerst kunstmatig tot kiemen komt en als mout verder gaat) rechts van het spoor gepland. Een verbindingsbrug over het spoor heen kan een transportband of een route voor kruiwagens bevatten naar de graanlift, die de mout van bovenaf in de droogoven stort. De droogoven is het pagodeachtige gebouw direct links naast het spoor. Het ding wordt met turf gestookt, dat geeft de whisky zijn rooksmaak. De transportbrug dekt precies de onnatuurlijke loop van het spoor af.

Toen besloot ik om van karton een paar gebouwen na te bootsen om wat mee te rommelen in de beschikbare ruimte… totdat ik een stel piepschuimblokken in de hoek zag liggen die nog over waren van de landschapsbouw! Op een vrije ochtend ging ik aan de slag en al snel had ik de vorm van het uiteinde van de moutloods, de verbindingsbrug en de droogoven in witte schuimblokken op de baan staan. De andere gebouwen ontstonden toen als vanzelf, hoewel ik ze iets moest draaien ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Ik zat even te kijken naar die witte blokken en vroeg mij af hoe ik de toeschouwers nu moest vertellen dat ze een distilleerderij voorstelden. Ik kreeg een idee en legde de goederenloods en het lokomotiefdepot op de scanner. De resulterende scan heb ik afgedrukt en op het piepschuim geplakt.

4 - En nu verder!

Het eerste dat ik heb opgepakt is het afmaken van een toplaag van papier-maché (toiletpapier en verdunde witte houtlijm), waar ik in de zomer al mee was begonnen. Dat resulteert in een keihard oppervlak, dat geschikt is om af te smeren met gips. Het was een natte klus en ik moest eerst plaatselijk de kartonnen vulplaatjes onder het spoor schilderen om te voorkomen dat het spul zou zwellen en alles uit zijn verband drukken. Daarna begon ik met de vele stenen muren die dit tafereel rijk is: landhoofden van bruggen en de lange steunmuur onder het verhoogde spoor in de achtergrond. Ik maakte van dun grijs karton overlegplaatjes van de muren en nam ze mee naar beneden, zodat ik niet tijdens de kerstdagen op zolder hoefde te zitten. Ondertussen kijkend naar kerstfilms op de televisie bedekte ik de kartonnen plaatjes met grote hoeveelheden kleine stukjes karton. Dat lijkt heel inspannend, maar het is een heel rustig en ontspannen proces. Je kunt er een gesprek bij voeren en intussen meekijken naar Ebenezer Scrooge, die in de kerstnacht bezocht wordt door allerlei akelige geesten. Tijdens de kerst regende het dat het goot, wat een voordeel was omdat het buiten niet erg aanlokkelijk was zodat je lekker kunt doorgaan met het werk.

Na de muren en brugpijlers heb ik eerst de rotspartijen in de rivierbedding gemaakt van kurk. De bedding wordt eerst 'droog' gemodelleerd en daarna pas komt er water in (epoxyhars). Alvorens echter door te gaan met het landschap moest eerst een heidens karwei worden aangepakt: het ballasten van het spoor, en (wat veel lastiger is) de aanleg van een wegdek op plaatsen waar het spoor in de straat ligt. Bij De Tombe in Oegstgeest vond ik kunststof stukken wegdek met kinderkopjes van Belgische makelij, die weliswaar niet goedkoop waren, maar een prima keus bleken voor het stuk straat achter het station. Ik sneed een paar stukken overlangs door, schuurde ze aan de onderkant af en legde ze met de kantstenen tegen het spoor aan nadat ik de koppen van de biels had gesneden. Tussen de rails legde ik oude stukken N rail met de onderkant naar buiten. Daarna kon het middendeel worden dichtgemaakt met tissue en witte lijm, en grijs geschilderd.

Het belangrijkste tijdens zo'n ingrijpende behandeling van het spoor is er voor te zorgen dat het berijdbaar blijft. Als het eenmaal is ingebouwd kost het erg veel moeite om het nog te corrigeren. Ik maak het spoor na elke handeling goed schoon en test het met een losse lokomotief. De railkop moet ongeveer een millimeter boven de omgeving blijven. Na het gedoe met het straatspoor heb ik de hoofdsporen en de wissels geballast met N ballast van Woodlands. Dit strooi ik droog tussen de rails, daarna vlak ik de ballast met een kwastje en injecteer ik alles voorzichtig met een mengsel van witte lijm, water en afwasmiddel. Wederom alles goed schoonhouden, en na een paar behandelingen is de laag sterk genoeg geworden. Rond de wissels is het oppassen geblazen dat niet alles aan elkaar geplakt wordt. Vervolgens heb ik de zijsporen in het depot en rond de tramremise dicht gelegd met grijs gips en alles onder handen genomen met een waterige oplossing van zwarte verf. Toen al het spoor weer berijdbaar was heb ik een begin gemaakt met de rest van het oppervlak, wederom met grijs gekleurd gips.

In een paar weken tijd is Rae Bridge veranderd van een kaal oppervlak met vuilwitte stukken piepschuim in een modeltafereel dat zijn uiteindelijke karakter al laat zien. Deze snelle gedaantewisseling laat zien waar het probleem zit als je een modelbaan bouwt: eerst ben je een jaar of langer bezig met voorbereidend werk waar je weinig voortgang in lijkt te boeken. Het is heel moeilijk om daar voldoende gemotiveerd in te blijven.

Maart 2003: Na de wekenlange werkzaamheden tijdens en na de kerst zou ik het eigenlijk wat rustiger aan gaan doen, maar als je de smaak eenmaal te pakken hebt… vrij snel daarna ben ik bezig gegaan met de rechter unit. Het terrein van de distilleerderij is nu ingericht, met een toegangsweg, het laadperron en de fundering van de turfloods. Deze laatste heeft een spooraansluiting via een wagendraaischijf. De ruimte was te beperkt om er een wissel te leggen, want vlak ernaast ligt de brug over de rivier. Draaischijven waren erg populair tot ongeveer 100 jaar geleden, omdat je er veel ruimte mee wint. Met een paar man of een paard verplaats je een losse smalspoorwagen van een paar ton gewicht moeiteloos.

Een flinke opgaaf was het maken van de rivier, met een rotsbodem en watervallen. Het was niet de eerste keer dat ik stromend water heb nagemaakt, maar toch is elke keer weer anders. Ik maak altijd eerst een droge bedding met aquariumgrind, grof zand en stukjes kurk, met houtlijm op de ondergrond gelijmd. De rotsen in het midden zijn zelfs stukken oesterschelp. Alles moet wel goed vloeistofdicht zijn en de randen moeten voldoende hoog zijn, want het 'water' is epoxyhars, een glashelder materiaal dat in de watersport gebruikt wordt voor bootreparaties. Aangezien ik ook een boot heb, had ik er voldoende van in de schuur staan… de epoxy wordt nauwkeurig gemengd (exact afmeten anders wordt het een soort kauwgum) en in de bedding gegoten. Het spul hardt uit bij kamertemperatuur. De volgende dag heb ik plukjes watten uitgerafeld en ter hoogte van de watervallen vastgelijmd met 10 minuten epoxy. Daarna weer met een beetje dun vloeibare bootepoxy er overheen en je krijgt een grauw bobbelig oppervlak dat met een beetje fantasie voor een waterval kan worden aangezien. Het is niet wit genoeg, dus na het uitharden heb ik met wat witte acrylverf en een bijna droge kwast er overheen gestippeld. Een glanzend laagje er overheen en het ziet er een stuk beter uit.

De bruggen over de rivier en over het spoor op de linker unit zijn gemaakt met verschillende technieken. De rivierbruggen bestaan uit een plastic plaat met aan weerszijden een Peco schaal N ligger. De plastic bodemplaat zie je natuurlijk niet in een echte brug. Deze is aan de onderkant voorzien van plastic strookjes (ribben) waarmee een stalen draagraam is nagebootst, dat aan de verticale liggers hangt. Door lasplaten na te bootsen met stukjes dun plastic lijkt het net echt. De verticale liggers zijn ook nog aan de binnenzijde voorzien van een 'windverband': kleine driehoekige plaatjes die het verband tussen het draagraam en de liggers versterken. Schilder de hele zaak grijs en het lijkt heel wat. Alleen een houten dek ontbreekt nog.

De brugliggers op de linker unit zijn gemaakt van plasticplaat en -strip. Om een geklonken brugligger na te bootsen moet je kijken naar de wijze waarop deze versterkt zijn met ribben van staalprofiel en boven en onder op de randen geklonken stroken. De foto's spreken voor zich; de klinknagels zijn gemaakt door met een speld druppeltjes witte houtlijm op het plastic aan te brengen. Deze techniek heb ik voor het eerst gezien bij Reinier Hendriksen, die het zelfs zo deed bij lokomotieven…

Tot slot iets over de seinen. In het treinverkeer is Rae Bridge geen eenvoudig station doordat er een vertakking naar de tramweg in zit. Sommige treinbewegingen en de bijbehorende elektrische schakelingen in het spoor zijn ook in het model afhankelijk van de stand van de seinen. Die moeten er dus wel zijn, anders wordt het wel heel lastig! Ik heb dus een aantal seinen moeten bijbouwen. Daarvoor heb ik onderdelen gebruikt van een eenvoudig bouwpakket van de Britse firma Ratio, waarmee je voor enkele euro's niet-werkende modellen van seinen kunt maken.

Het probleem ontstaat pas als je ze wèl wilt laten werken. Daarvoor is het nodig om alle draaiende delen van metaal te maken. Ik gebruik dunne aluminium buis met een binnendiameter van ongeveer 0,5 mm en spelden om de seinarmen te laten draaien. Een stukje buis wordt met 10 minuten epoxy tegen de seinpaal gelijmd; de speld gaat door een voorgeboord gaatje in de plastic seinarm en wordt vastgezet met superlijm. Heel belangrijk is dat je een aanslagpunt maakt voor de arm in horizontale toestand; dit doe ik met een kort stukje draad met een omgebogen uiteinde waar de arm tegenaan stuit als je het sein op 'onveilig' zet.

Seinen bouwen is precisiewerk en dat gaat in het begin vaak fout. Toch is het goed om het eens te proberen; met een beetje volharding krijg je zo een waardevolle aanvulling op je modelspoorweg.

Meer foto's