volgende    

Nixnie - 2

Ted Polet

11 - verbeteringen aan de brug

Next I busied myself with the bridge, concealing the N gauge sleeper web. Most prototype trestles had the rail spiked to the deck, but not all of them. I looked up some photos on the web. So it's a camouflage job, like so much in scenic modelling...

Om de dwarsliggers te verbergen maakte ik een smal houten brugdek met strijkregels tussen de rails. Dit zijn ondiepe Plastruct I-profielen die lager liggen dan de rails. De profielen zijn in roestkleur geschilderd en op de dwarsliggers gelijmd. Daarna kwamen er dunne balsa plankjes tussen, die ook weer met verdunde roestkleurige verf zijn behandeld:

Ik heb een paar foto’s gevonden van houten bruggen waarvan het dek aan de zijkant was gesloten met een lijst boven de draagbalken. Ik heb dit nagebootst door met dun balsahout een soort doos te maken rondom de schaal N dwarsliggers. Waarschijnlijk helemaal fout, maar het was een stuk slechter geweest om het N spoor te laten zoals het was! Tenslotte is al het houtwerk geschilderd en verweerd:

12 - Hagrid & Co

Aan het eind van het goederenspoor van Nixnie staat een plastic geveltje, gemaakt van een onderdeel van de baksteenfabriek op het andere deel van Nixnie en wat losse ramen, deuren, plastic strip en zelfs een paar stukken spoorrail. De onderstaande foto’s laten zien hoe dit met wat verf is op te knappen tot een aannemelijk model.

Ik maakte het tijdelijk vastgelijmde geveltje weer los van de achtergrondplaat en ging aan de slag. Eerst wordt de grondkleur van de baksteen geschilderd met Tamiya ‘hull red’:

Vervolgens stippen we een aantal individuele bakstenen aan met een afwijkende kleur: aardekleur, grijs, enzovoort. De plastic strookjes die het stalen vakwerkframe moeten voorstellen, en de deuren en deurposten, werden donkergroen geschilderd. Na het schilderen zijn de voegen tussen de bakstenen gevuld met een dunne oplossing van grijze acrylverf in water. Met verdunde zwarte en grijze verf wordt het hele gebouw vervolgens grauw en vuil gemaakt:

Ik vond nog een oud vel met witte afwrijfletters om op de deur de naam van de eigenaar te zetten. Volgens mij was Hagrid & Co wel een goed idee. Als je de deur van Hagrid open doet krijg je toegang tot de fiddle yard. Dus Hagrid verwisselt op magische wijze de ene trein met de andere… (met dank aan Harry Potter!):

13 - het gras groeit

...en de bomen ook! Voordat ik begon aan het groen heb ik wat gedaan aan de omgeving van het station. Het perron is gemaakt met een beetje roodkleurig modelgips dat ik al tientallen jaren in de kast had liggen. De kleur is wat verbeterd met grijze acrylverf, die sterk verdund er overheen is gepenseeld. Daarna kwam er een hek, een bankje op het perron (gemaakt van een Faller parkbankje) en een olielantaarn die ik nog in een doosje vond. Buiten de deur van Hagrid kwam een kleine handkraan op een plastic voetstuk, volgens mij van Vollmer.

Het groen rondom het station ging niet helemaal van een leien dakje. Mijn Woodlands van een bepaalde kleur was bijna op, dus ik kocht een zakje Busch groen waarvan ik dacht dat de kleur aardig overeen kwam. Dus niet… thuis gekomen bleek het een afschuwelijk felle kleur groen te zijn. Toen ik er wat van had gebruikt moest ik aan de slag met verdunde okerkleurige acrylverf om het te verbeteren.

Eerst komt een flinke laag witte houtlijm op het grijze gipsoppervlak. Dit smeer je uit met je vingers (landschapsbouw is een smerig klusje) en wordt vervolgens bedekt met allerlei kleuren groen schuimplastic. Nadat de lijm is gedroogd zuig je het restant op met een oude lap over de zuigmond van de stofzuiger, zodat je het kunt hergebruiken:

Na de eerste ervaringen was ik de giftige kleur groen van Busch meer dan zat, dus ik heb een grote hoeveelheid daarvan geweekt in een dunne oplossing van okerkleurige verf en te drogen gelegd op een krant. Een deel heb ik nat gebruikt, maar daar krijg je gele vingers van. Het is beter om te wachten tot het goed droog is. Wat ik al gebruikt had op de baan moest ik met dezelfde verfoplossing behandelen:

Hier zijn wat beelden van het resultaat na het werk in de linkerhoek van het stationstafereel. Met gedroogd mos en allerlei andere materialen heb ik bosjes en hoog onkruid gemaakt. Daarna zij wat gaten geboord in de ondergrond voor het ‘planten’ van Heki ‘zeeschuim’ bomen. Je krijgt daarmee binnen een handomdraai een bos, maar het nadeel is dat er weinig variatie is in kleur en vorm van de bomen. Daar heb ik later nog iets aan gedaan:

De foto’s hieronder laten zien dat het mogelijk is om met H0e of 009 op een heel klein oppervlak de sfeer te krijgen van een slaperig lokaalspoorstationnetje. Het gefotografeerde tafereel is ongeveer 60 x 25 centimeter. De boog aan de rechterzijde was nog niet klaar toen ik de foto’s maakte. Een belangrijk element in het landschap is de ‘tunnel’ van bomen, die de doorgang door de achtergrond verbergt. Aan de andere zijde zal ook zo’n stukje bos komen. Zo krijg je dus binnen een paar uur een complete gedaanteverwisseling, van een kaal diorama tot een begroeid en ‘levend’ tafereel!

Een en ander over de baksteenfabriek

Ik heb besloten om het oorspronkelijke plan van de baksteenfabriek enigszins aan te passen in verband met de positie van de wagendraaischijfjes. Je moet wat ruimte overhouden om een locomotief met een paar wagens op te stellen zonder dat de loc over een draaischijf hoeft te rijden. Die zijn daar in werkelijkheid niet tegen bestand.

De oorspronkelijke Pola fabriek was rond 1980 door mij op een aantal punten aangepast. Zo ligt er een kleiput tussen de gebouwen, wat misschien niet klopt met de werkelijkheid, en ook de oprit naar het bovenniveau in het gebouw links is gevuld zodat hij niet meer in de lucht hangt. En tenslotte had ik de bakstenen vervuild met verdunde zwarte verf, wat ik tegenwoordig nooit meer zou doen. Hier volgen wat foto’s van de baksteenfabriek en omgeving na het verleggen van de sporen. Het spoor op de helling krijgt nog een (niet-werkende) lier en een staaldraad om de wagens omhoog te trekken. De ruimte tussen de sporen is voldoende om een normale smalspoorloc en een rij kiepwagens langs elkaar te kunnen laten rijden. Het rode draadje tussen de sporen is een elektrische verbinding, nodig vanwege de plastic railverbinder in het hoofdspoor, die het metalen puntstuk van het Peco wissel isoleert.

14 - meer ballast

Hoewel ik al eerder iets heb gezegd over spoorballast denk ik dat het verhaal hieronder beter is omdat de details er beter uit komen. Dit gaat over de omgeving van de baksteenfabriek. De rails zijn vooraf geschilderd in roestkleur.

Eerst wordt de ballast droog op het spoor gestrooid. Ik begin met Busch H0 ballast en gooi er later wat N ballast bij om meer variatie te krijgen. Het wissel wordt met zorg behandeld om de bewegende delen te vermijden. De ondergrond onder de wisseltongen is bruin geschilderd voordat het spoor is gelegd; dit wordt helemaal niet geballast om de lijm weg te houden van de contactvlakken op de rails. In de volgende foto zien we wat korreltjes in het puntstuk en naast de strijkregels. Die halen we er uit met een kleine schroevendraaier:

Met een stugge verfkwast gaan we als een bulldozer over het spoor om de ballast naar buiten te schuiven. Je krijgt dan het profiel van een ballastbed. De rails worden vrij gemaakt van korrels; daaronder is te zien hoe het wissel nauwkeurig is schoongemaakt. Aan de buitenzijde is wat zand en steengruis toegevoegd:

Het schaal N spoor in de boog is tot over de dwarsliggers geballast. Daarover volgt nog een verdere uitleg:

Ook de zijsporen en de wagendraaischijven zijn geballast. Hier is echter het oppervlak gemaakt met gekleurd gips zodat we het idee gaan krijgen van dichtgelopen ballast van zand, klei en as, waardoor de dwarsliggers en een deel van de rails zijn verdwenen. Het spoor ziet er zo ook uit als licht veldspoor:

Nu wordt een mengsel van houtlijm, water en afwasmiddel in het spoor gedruppeld. Het grootste deel doen we vanaf de zijkant. Dit type spuit loopt heel soepel, dus de straal is goed te doseren en je spuit de deeltjes niet opzij. De mengverhouding is ongeveer 10:10:1 lijm:water:zeep. We gaan hier mee door totdat een melkachtige oplossing te zien is tussen de ballastdeeltjes. Een deel wordt van bovenaf toegevoegd omdat de oplossing slachts langzaam vanaf de zijkant naar binnen kruipt. En blijf weg van de bewegende delen van het wissel, het is voldoende om de ballast aan de buitenzijde nat te maken. Wees voorzichtig met lijm tussen het puntstuk en de strijkregels:

Zelfs met de natte ballast is het uiterlijk van dit stuk van de modelbaan aanzienlijk opgeknapt:

Aanvullende opmerkingen over het spoor en de ballast

De ballast bedekte de dwarsliggers van het schaal N spoor in de bogen. Daar kwam aanvankelijk commentaar op in het NGRM forum, waar dit verhaal eerder is verschenen. Als de ballast the hoog ligt is dat slecht voor de waterafvoer van het spoor, maar dat werd in vroeger tijden niet altijd begrepen. Tot ongeveer 1870 lag de ballast op veel spoorlijnen hoger dan tegenwoordig. De Isle of Man Railway (3 voet spoor) hield die gewoonte vol tot in de jaren ’60.

Het N spoor op een groot deel van Nixnie is niet correct voor smalspoor, maar is vooral gebruikt om een stabiele boogstraal te krijgen en om stukken spoor opnieuw te gebruiken vanwege de kosten. De ballast ligt hier over de dwarsliggers en moet na het aanbrengen (zoals boven is beschreven) nog verder worden bewerkt om het spoor echt te laten lijken. Het eindresultaat moet lijken op het spoor in de eerste foto.

Hieronder: een uurtje werk met gekleurd gips resulteerde in een grijs industrietafereel dat samen met de ballast een nachtje moest drogen. De plastic grondplaat van de baksteenfabriek is in het gipsmengsel ingebed om een zo natuurlijk mogelijk effect te krijgen. De kleuren zijn nog wat onzeker, omdat dunne lagen gips altijd tijdens het drogen een lichtere tint krijgen.

Net als bij de afwerking van het stationsterrein van Nixnie zien we hier een grove bodemstructuur ongeveer als bij een steengroeve met allerlei gruis en klompen steen op het oppervlak. Veel daarvan wordt uiteindelijk met groen bedekt, maar de looppaden en verder braakliggend terrein moeten worden bijgewerkt met een dunne oplossing van gekleurd gips. Dat doen we tegelijk met het verder bewerken van de ballast.

Het afwerken van de ballast

Normale H0 en zelfs schaal N ballast is te grof en is in onbehandelde toestand niet geschikt voor een smalspoorlijn. Slecht onderhouden ballast zoals je vaak bij een smalspoorbaan ziet, zit vol met zand, kolenas en onkruid. Bij normaal 009 of H0e spoor (Peco, Roco of Bemo) met correcte dwarsliggers wordt dus de ballast verder dichtgesmeerd met fijner materiaal. Dat geldt ook voor het N spoor elders op de baan, waar zelfs de dwarsliggers niet meer te zien zijn. Bij industriespoor zien we vaak dat de ballast (als daarvan al sprake is) geheel is dicht gelopen met zand, klei en kolenas. Met een dunne oplossing van grijs gips vullen we de meeste ruimte tussen de grove deeltjes, die er deels nog doorheen te zien zijn.

Met gips en zwarte kleurstof wordt een waterdunne grijze oplossing gemaakt:

Deze wordt met een verfkwast op het geballaste spoor aangebracht en daarna kletsnat gemaakt met een kwast met water:

Nu hebben we kletsnat spoor dat moet drogen. In de zijsporen waar niet normaal op wordt gereden (tussen de draaischijven) is het grijze spul bijna tot het niveau van de railkop opgetrokken, zodat je de indruk krijgt van licht industriespoor. Van de eerder aangebrachte ballast kan een beetje los komen, zodat we de losse deeltjes moeten wegwassen van de rails. In het N spoor ligt de gipsoplossing ook vrij hoog, maar hier moeten we de ruimte naast de rails vrij maken. Dat doen we met een kleine schroevendraaier zodra het gips begint te drogen. Dan is het nog makkelijk weg te schuiven. Na het drogen moet de zaak nog eens grondig worden schoongemaakt omdat anders het spoor onberijdbaar is.

15 - het laatste scenerywerk

Eigenlijk moet ik zeggen ‘voorlopig het laatste scenerywerk’, want er ontbreken nog vele details zowel in de bodembedekking als in kleine minitafereeltjes. Maar voor de tentoonstelling in Valkenburg van september (2012) was het detailniveau voorlopig voldoende. De foto hieronder laat het effect zien van het begraven N spoor met ballastdeeltjes waartussen de ruimte helemaal is dicht gelopen met fijn spul, modder, as en zand. Het bleek iets te donker uit te vallen, dus ik heb met wat sterk verdunde lichtgrijze verf en water nog een beetje er overheen gespoeld.

Vervolgens een paar foto’s van de omgeving van het station. Een paar bomen zijn vervangen door donkerder groen (Heki bomen behandeld met een spuitbus) en er is een hoop meer groen gekomen. Eerst een railauto die langs de keet en de watertoren het station binnenkomt, en vervolgens een korte goederentrein die uit de ‘boomtunnel’ opduikt. De achtergrond is nu beter afgesloten door bomen en bosjes. Ook hier wat meer kleurvariatie.

16 - achter de deur van Hagrid

De fiddle yard achter de gevel moest extra licht van gewicht zijn. Hij is aan de baan zelf gehangen met twee dunne balkjes die tegen de zijkanten zijn geschroefd. Vanwege het gezicht is hij gemaakt van licht 4 mm triplex en vuren latten van ongeveer 40 bij 12 mm. Langs de randen zijn latjes gemaakt om te voorkomen dat er iets vanaf kan rijden. Eerst was het oppervlak blinkend wit, maar het is zwart geschilderd net als de zijkanten van Nixnie zelf. Dan valt het minder op. Het spoor is wederom tweedehands Minitrix met een paar oude Minitrix wissels. Wie zei ook al weer dat modelspoorwegbouw duur is?

Achter de sporen is voldoende ruimte om rollend materieel neer te zetten, van het spoor af en uit het zicht. Bij het proefrijden ontdekte ik dat het makkelijk was om de gesloten schuifdeur te rammen met een trein, omdat je niet goed ziet of hij wel open is. Daar moesten we dus ook wat aan doen…

spoorwegbedrijf op een minibaan?

Toen de fiddle yard klaar was heb ik wat rijproeven gedaan om te kijken wat je nu aan treinbewegingen kunt realiseren. Dat blijkt best mee te vallen. Ik heb met H0e materieel (Egger, Minitrains en Roco) en wat kleine locomotieven gereden, maar het gaat ook prima met het veel grotere C&DR materieel dat in vele foto’s te zien is. Alles wat nodig is kan in de fiddle yard worden gezet zodat het mogelijk is om wat treinen uit te wisselen. Het is niet echt een rangeerbaan (zo heb ik geen ontkoppelaars ingebouwd), maar het doel is om veel verschillende treinen te laten rondrijden om het publiek te boeien. Toch heeft Nixnie wat interessante eigenschappen ondanks de beperkingen van de korte zijsporen.

Zo kun je een reizigerstrein tegen de klok in laten rijden, deze stoppen bij het perron en dan een trein met kiepwagens bij de baksteenfabriek verwisselen met een trein met platte wagens, die tevoorschijn komt uit de deur bij Hagrid. De reizigerstrein kan een goederenwagen afzetten bij het kleine goederendepot. Dat blokkeert weliswaar de deur naar de fiddle yard, maar een trein met kiepwagens bij de fabriek kan ook een rondje rijden over de baan.

Belangrijk is dat we in gedachten houden dat dit een minimumbaantje is aan de grens van wat nog werkbaar is voor een afwisselende treindienst. Als er in het midden een halve meter bij zou komen krijgen we een baan van 55 x 130, met meer ruimte voor goederensporen en industrie, en misschien een klein locdepot. Dit zou nog steeds een kleine modelbaan zijn maar met veel meer rijmogelijkheden. Alleen neemt deze veel meer ruimte in en het zou ook tweemaal zo lang duren voordat je hem hebt gebouwd.

Hieronder nog een foto van een trein met normaal 009 of H0e materieel: een Peco ‘Jeanette’ kit op een Fleischmann onderstel met Egger rijtuigen, en een Minitrains Baldwin loc met Roco kiepwagens in het zijspoor. Daaronder de steenfabriek met een omgebouwde Egger loc en een stel korte Roco wagentjes…

Scenerydetails

Bij de loods van Hagrid is een klein kraantje gekomen, maar de sokkel moest ten tijde van de foto’s nog verder in de grond worden verzonken. De loods wordt nu geflankeerd door bomen en bosjes. Daaronder: de andere kant van de boomtunnel, met een stoomtram. Ook hier is de achtergrond, die erg dicht naast het spoor ligt, afgesloten met groen. De klimop op de bakstenen toren van de fabriek is 30 jaar geleden gemaakt met gekleurd zaagsel. Voorlopig heb ik het maar zo gelaten.

Hieronder: de stoomtramloc en zijn korte trein rijdt over de brug. Langs het water zijn meer bosjes en een paar andere bomen ‘gegroeid’. De boog naar de keet bij het station in de verte is bijna van het gezicht onttrokken. Geologisch gezien is de aanwezigheid van een waterval bij een baksteenfabriek twijfelachtig. Waar zou de klei vandaan komen? Iemand deed de suggestie dat de klei wel eens van glaciale oorsprong zou kunnen zijn (daterend uit de laatste ijstijd). Tja… gelukkig is het maar een demonstratiebaantje, en het ziet er wel leuk uit zo. De stoomvrachtauto is geleend uit Dunalistair.

De puinhoop achtergelaten door twee weken verwoed scenerywerk. Mijn 'modelbouwdip' was nu echt wel voorbij!

Het (her)gebruik van tweedehands spullen

Het mooie is dat de steenfabriek en alle andere bouwwerken (behalve de houten brug) zijn ontstaan uit een goedkope (tot ca. 10-12 euro) of zelfs een tweedehands plastic kit. Niet iedereen realiseert zich dat een plastic model, hoewel misschien niet altijd een goed schaalmodel, uitstekend is gedetailleerd, wat met goed schilderen en verweren een prima resultaat kan geven. Hoewel de steenfabriek waarschijnlijk het slechtste voorbeeld is omdat die alleen is behandeld met vuile wasbenzine!

Zelfs als je tweedehands modellen koopt op een modelspoorbeurs, daar de zaag in zet, er iets anders van maakt en het werk besluit met een schilderbeurt, krijg je dus voor weinig geld prima gebouwen voor je modelbaan. Afgezien van de gebouwen is het meeste spoor ook hergebruikt; dit is afkomstig van oude projecten met uitzondering van vier nieuwe Peco wissels (12 euro per stuk in Engeland). Nixnie is dus gebouwd met allerlei materiaal dat ik in stoffige kasten en op zolder vond. Als er 120 euro in de bouw is geďnvesteerd is het veel. Dat is dus goed nieuws voor modelbouwers met een krappe beurs.

17 - laatste werkzaamheden en een ongelukje…

Kort voor de tentoonstelling in Valkenburg is het laatste werk gedaan. De zijkanten van de modelbaan en de fiddle yard zijn zwart geschilderd. Tevens heb ik een schakelaar gemaakt aan de schuifdeur bij Hagrid, zodat de fiddle yard is uitgeschakeld als de deur niet helemaal open staat. Ik moest daarvoor een rail doorzagen in het zijspoor en draden leggen van de rail naar de schakelaar, die achterop de achtergrondplaat is gelijmd. De schakelaar wordt bediend door een nokje achterop de deur, waarmee je de deur open en dicht schuift. Toen ik de rail doorxaagde ging ik helaas ook door een paar draden heen die in het gips begraven lagen. Het grote risico wanneer je de bedrading helemaal bovenop legt! Dus ik moest alles weer opgraven en repareren. Dat is te zien in de foto’s hieronder. Tot slot legde ik een draad tussen twee sporen in de fiddle yard, zodat ik ook stroom had op het in tegengestelde richting aftakkende spoor.

Tot besluit een foto in direct zonlicht, gemaakt op zolder toen de zwarte verf aan het drogen was. Na nog wat meer proefrijden was ik eindelijk klaar voor de tentoonstelling!

Meer foto's (1)  

Meer foto's (2)  

volgende