Hoe het kwam

Vroege herinneringen

Mijn eerste herinneringen aan treinen dateren uit de tijd rond 1955. Ik was een jaar of vier en herinner mij het luide geblaas van lucht uit de treinleiding van Mat '46 bij het afremmen onder de kap van Den Haag HS. De NZH reed nog met blauwe tramstellen tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden. Van stoomtractie herinner ik mij niet veel, behalve de grote drijfwielen van een NS 3700 of een 6000, hoog op de spoordijk bij Den Haag HS. We zaten in de bus en ik was gefascineerd door de bewegende koppelstangen. Tegen mijn moeder zei ik dat de lokomotief 'slipte'. Wat haar later aan treinenspul boven het hoofd zou hangen, wist ze toen nog niet!

Mijn beide grootvaders werkten bij de spoorwegen en ik heb een keer op het seinhuis aan de oostkant van Amsterdam CS gestaan, hoewel de herinnering nog slechts vaag is. Ook namen zij altijd oude dienstregelingvellen voor mij mee, om op te tekenen. Onder invloed van mijn vader, die korte tijd leerling op de stoomloc was geweest, werd de interesse voor het spoor aangewakkerd. Mijn vader had in die tijd al een modelbaan en een paar boeken over modelspoorwegbouw. Eén daarvan, een dik Amerikaans boek uit 1951 geschreven in opdracht van de firma Lionel (een fabrikant van schaal 0 modelspoor) is nog steeds in mijn bezit. Ik kijk er nog regelmatig in.

Later, toen we in Enschede woonden, was ik in de zomervakantie niet weg te slaan van de losplaats van het station, waar met een rangeerloc serie 500 wagens werden afgestoten. Een spectaculair evenement, speciaal als ze te laat waren met de remschoen en de wagen met een doffe dreun ergens tegen op liep. Het sputterende fluittoontje van de Sik, die bij de textielfabrieken achter ons huis rangeerde, staat mij in het geheugen gegrift. Tijdens de vakanties werd ik een paar keer per week door het woeste gefluit bij de onbewaakte overweg van de Roomweg (de wijk is inmiddels weggevaagd door de beruchte vuurwerkramp) gewaarschuwd en sprong ik op de fiets om te gaan kijken. Eénmaal tijdens een fietstocht naar Oldenzaal raasde de D-trein naar Bentheim onder de fietsersbrug door, achter een niet al te 'saubere' Duitse 01. En tussen Enschede en Gronau reed een stoomtrein met een tenderlok serie 64. Later kwam er een lelijke 'Wendezug' met een V100 voor in de plaats.

Wat ik daar buiten allemaal zag, werd thuis druk in praktijk gebracht. Op een zeker ogenblik ging ik op zolder slapen, waar het restant stond van de modelbaan van mijn vader. Al gauw kwam ik tot de ontdekking dat rondjes rijden niet hoort en lag er een baantje met twee kopstations. Mijn broer zat aan de ene kant, ik aan de andere, en zo reden de ladingen ijzer, kisten en balen met de goederentrein heen en weer. Later kwam er in mijn kamer een opklapbare H0-baan, die mijn moeder echter bij het huishouden te veel in de weg stond. De oude spullen gingen de deur uit en mijn vader gaf enige subsidie om in een kleinere ruimte opnieuw te beginnen met het toen pas verschenen Egger-bahn. De overgang van de redelijk robuuste H0-standaard naar het fijnmechanische werk op 9mm-spoor was aanvankelijk een teleurstelling. Het spoor moest pijnlijk precies worden gelegd, en de rij-eigenschappen van Egger waren niet zo best. Ik heb ooit nog een loc gemold in een poging, een vliegwiel op de motor te monteren. Pas toen Jouef en Minitrains met betere smalspoorlokomotieven op de markt kwamen, nam de motivatie voor het smalspoor toe.

Spoorwerkzaamheden bij Hoofddorp in 1985. Mijn broer had daar het toezicht en hij nodigde mij uit om te komen kijken. Het is drie uur in een koude winterochtend.

Naast mijn interesse in modelbouw begon ik treinen te fotograferen. Af en toe doe ik dat nog wel eens, zoals de bovenstaande foto laat zien. Het fotograferen had echter zijn hoogtepunt in de jaren '60 en '70, eerst tijdens buitenlandse vakanties, en later toen ik naar zee ging en op haventerreinen in verre landen nog steeds stoomtractie aan het werk vond.

Het is dan ook geen wonder dat al deze indrukken iets te maken hebben met de modelspoorweg, die ik in een periode van maar dan dertig jaar heb gebouwd en uitgebreid: de Craigcorrie & Dunalistair Railway.

Het thema ontstaat

Eind jaren ’60 kwam ik enkele keren met vakantie in Schotland en Wales. Ik reisde met de trein en met de boot, maar had geen kans om echt ter plaatse op onderzoek uit te gaan. Daardoor is het thema bepaald door beelden vanuit de trein, door de veerhavens langs de Clyde en door studie in tijdschriften en boeken. Het thema van de C&DR, een kolenspoorweg in de Schotse hooglanden, is ontstaan in de jaren kort daarna. Aanvankelijk wist ik nog niet precies of het nu Wales of Schotland zou worden. Er was voor allebei iets te zeggen. Schotland bood het ongerepte landschap en de grote lege ruimten, en Wales bood de alomtegenwoordige mijnbouw. Als ik toen al in het zuidwesten van Ierland was geweest zoals in de laatste 10 jaar, was de kans groot geweest dat de C&DR in County Kerry of Cork was uitgekomen.

Het thema van de C&DR is eigenlijk een combinatie van de Campbeltown & Machrihanish Railway en de West Highland Railway, met wat ideeën toegevoegd van de leisteenspoortjes in Wales. De eerste is ontstaan uit een smalsporige kolenspoorweg, die geopend is in 1877 en in 1906 geschikt is gemaakt voor reizigersvervoer. De CMR heeft daarna zo’n 30 jaar badgasten vervoerd naar de westkust bij Machrihanish. De toeristen kwamen aan met de veerboot, meestal uit de industriële omgeving langs de Clyde. Ze hadden er al een wereldreis op zitten voordat ze uiteindelijk aan het strand kwamen, maar wat een prachtige kust vonden ze daar in Machrihanish... De West Highland Railway is tussen 1889 en 1894 aangelegd door onherbergzaam gebied vanuit Glasgow naar Fort William. De lijn werd tussen 1894 en 1901 doorgetrokken naar Mallaig aan de westkust. Als je ooit onderweg bent geweest vanuit Glasgow naar Fort William en een dag lang dat woeste landschap aan je voorbij hebt zien trekken weet je waarom een stukje van dat thema in de C&DR is verwerkt.

Ik had erg weinig materiaal: waar we tegenwoordig met Google Maps kijken naar landschapscontouren en zelfs met Streetview even ter plaatse 360 graden kunnen rondkijken moest ik het doen met enkele foto’s en met voorbeelden gebouwd door andere modelbouwers. Het thema ontstond dus vanuit een aantal losse elementen, die in een imaginaire locatie in het westen van Schotland aan elkaar werden geknoopt. Daarmee trad ik in de voetsporen van andere modelbouwers, die in diezelfde periode in de Britse pers over hun werk schreven. Jarenlang had ik weinig meer inspiratie dan hun werk, behalve dan dat ik ging varen en in verre landen nog stoomtractie aan het werk zag op haventerreinen.

Een echte locatie voor de C&DR

Door het imaginaire karakter van de C&DR bleek het later erg lastig om mijn spoorwegbedrijf op een werkelijke locatie in het westen van Schotland te plaatsen. Met een beetje fantasie kun je een route bedenken die ergens ten noorden van Loch Sunart loopt, tussen Kilmalieu aan Loch Linnhe (aan de oostkant) en het midden van het schiereiland Ardnamurchan, met een zijlijn langs Loch Shiel naar Glenfinnan. De plaatsnamen kunnen dan met enige fantasie worden vervangen door Dunalistair (Kilmalieu) en Rae Bridge (Polloch), met Inverlochan Moor in het verlaten midden van Ardnamurchan. Waar we precies de kolenmijn van Inverlochan en het eindpunt Craigcorrie vinden, moeten we dan maar in het midden laten. Ook geologisch gezien is het twijfelachtig of we steenkool zouden vinden in Ardnamurchan. Meer concreet is de zijlijn langs de oever van Loch Shiel naar Glenfinnan aan de normaalsporige lijn van Fort William naar Mallaig. Maar omdat ik daar nog niets van gebouwd heb laten we dat maar even rusten… (kaart van de mogelijke locatie van de C&DR) .