De goederendienst

Voor elk vervoer een wagen

Deze leus werd ooit gehanteerd door de toenmalige N.V. Nederlandse Spoorwegen, maar is op de Craigcorrie & Dunalistair Railway nog steeds actueel. Ik heb gekeken naar het soort industrie dat je vermoedelijk in de Schotse hooglanden tegenkomt. Daar heb ik voor de variatie een paar aan toegevoegd en een lijst gemaakt van het soort verkeer dat je daar zou kunnen verwachten, en wat voor wagens daarvoor nodig zijn. Een goed voorbeeld is een whiskydistilleerderij, die de onderstaande vervoersbehoefte heeft:

Product in

Soort wagen

Product uit

Soort wagen

Leeg vat

Open, gesloten

Vaten whisky

Gesloten

Kolen

Kolenwagen

Flessen whisky

Gesloten

Turf

Open wagen

As

Open wagen

Gerst

Gesloten wagen

Gerstafval (veevoer)

Open wagen

Flessen

Gesloten wagen

 

 

Deze lijst is beperkt tot slechts één vorm van industrie, maar als we gaan kijken naar de bron en de bestemming van de producten in de lijst zien we al snel welke verkeersstromen er zijn. De CDR kent zo een aantal industrieën die van elkaar afhankelijk zijn. De kolenmijn van Inverlochan, de spoorwegwerkplaats van Rae Bridge en de scheepswerf van Dunalistair laten hun zware reparaties allemaal uitvoeren bij de Caledonia Foundry in Dunalistair. Daarmee komen verschillende vervoersstromen op gang die gebruik maken van platte of open wagens, tussen tenminste vier locaties. Voorbeelden van wat vervoerd zou kunnen worden zijn schroot, stalen en gietijzeren producten, defecte en gerepareerde of nieuwe machines of machineonderdelen.

Links: een zeldzame extra trein met veewagens en een rijtuig aan het eind komt van de zijlijn af achter 'Atlantic'. Rechts: een enkele wagen met expresgoed achter de railbus.

Een omloopsysteem voor goederenmaterieel

Op een modelbaan bestaat natuurlijk geen echte vervoersbehoefte. Deze moet worden nagebootst met een kunstmatig omloopsysteem. Daar zijn verschillende methoden voor, zoals een kaartsysteem voor rijopdrachten of een computerprogramma, maar echt nodig is dat niet, want er is een veel eenvoudiger oplossing. Rond 1960 ontwikkelde John Allen in Amerika voor zijn 'Gorre & Daphetid Railroad' een systeem om goederenverkeer na te bootsen met behulp van losse merktekens op het materieel, die ik maar 'vrachtbrieven' zal noemen. Het voordeel daarvan is, dat elke wagen zijn eigen routebeschrijving aan boord heeft. Ik vind dat beter dan andere systemen, omdat je nooit hoeft te zoeken naar extra gegevens voor het bepalen van de bestemming van een wagen. Bovendien klopt het altijd, zelfs als je een wagen van de baan haalt en ergens anders weer terug zet.

Bij de C&DR is ook zo'n omloopsysteem ingevoerd. Elke goederenwagen is voorzien van een dakventilator of een dun pennetje op het dak. Hieromheen wordt een klein stalen ringetje gelegd met een kleurcode, die 4 achtereenvolgende bestemmingen aangeeft. In open wagens wordt het ringetje los neergelegd. Elke kant van de ring is verdeeld in twee gekleurde vlakjes, die respectievelijk 2/3 en 1/3 van de omtrek beslaan. Het langste vlakje geeft de eerste bestemming aan en het kortste de tweede. De kleurcodes zijn als volgt verdeeld:

Dunalistair: blauw

Rae Bridge: groen

Glenclachan: bruin

Inverlochan: grijs

Craigcorrie: rood

Glenfinnan: zwart

Tramweg: wit

Bij aankomst van een goederentrein in een station kijkt de 'machinist' wat hij mee moet nemen en wat hij af moet leveren. Is de wagen op de eerste bestemming van de vrachtbrief aangekomen (aangegeven door de kleurcode op 2/3 van de omtrek), dan wordt hij daar achtergelaten. De volgende trein in dezelfde richting mag hem dan weer meenemen naar de tweede bestemming, die wordt afgelezen op het resterende 1/3 deel van de ring. Wanneer de wagen daar is aangekomen, wordt de ring omgedraaid voor de volgende bestemming. Als verfijning is op de kleurcode van de vrachtbrief met witte stippen het spoor aangegeven waar de wagen naar toe moet worden gerangeerd. Tenslotte kan er nog een geel merkje op de vrachtbrief staan, dat expresgoed aanduidt. De wagen loopt dan mee in de eerstvolgende reizigerstrein.

Code

Dunalistair

Rae Bridge

1

Einde perron voor post/expresgoed voor de veerboot.

Goederenloods.

2

Kadespoor voor stukgoed en zware stukken.

Werkplaats en opstelspoor.

3

Goederenloods / pakhuis.

Askuil en kolenpark.

4

Caledonia Foundry.

Rijtuigloods.

5

Kolenpark en askuil.

Murdoch & Adams distilleerderij.

Nog een paar maatregelen

Het omloopsysteem is op elke modelbaan te gebruiken, maar niet zonder meer. Zonder extra afspraken kan het systeem ertoe leiden, dat elke goederentrein alle wagens uit een station meeneemt, wat niet strookt met de werkelijkheid. Bij een doorgangsstation als Rae Bridge is dat gevaar niet zo groot, omdat altijd de voor de andere richting bestemde wagens achterblijven. In het kopstation Dunalistair zou echter alles mee moeten, immers alle verkeer gaat dezelfde kant op! We maken daarom een scheiding tussen wagens met en zonder vacuümrem. Wagens zonder doorgaande rem moeten mee met de goederentrein; wagens met een doorgaande rem gaan mee met de gemengde trein. Ook hier blijft dus gemiddeld de helft achter.

Een bijzonderheid is het losspoor van de Caledonia Foundry, dat moeilijk bereikbaar aan de achterzijde van Dunalistair ligt. In de praktijk is daar de havenrangeerloc gestationeerd. Als wagens bestemd voor de Caledonia Foundry (met vier stippen op de vrachtbrief) in Dunalistair binnenkomen, worden deze klaargezet op het havenspoor. Vervolgens rukt de rangeerloc uit met retourwagens van de fabriek, verwisselt zijn rangeerdeel met de nieuwe wagens en drukt deze terug naar het industriespoor.

'Vrachtbrieven' op goederenwagens op de kade in Dunalistair bepalen de route die elke wagen zal nemen. De platte wagen met staalplaat gaat eerst naar de werkplaats in Rae Bridge (groen/2) en zal dan terugkeren naar de Caledonia Foundry (blauw/4). De lege veewagen moet de zijlijn op naar Glenfinnan (zwart) en komt dan retour naar de losplaats van Rae Bridge (groen/1), vlak voor de goederenloods. De vierasser van de distilleerderij gaat eerst naar Craigcorrie (rood) en dan retour naar de distilleerderij in Rae Bridge (groen/5).

Sommige lossporen kunnen in slechts één richting worden bediend, met als gevolg dat je een wagen van Glenclachan naar Rae Bridge moet sturen via Craigcorrie. In Craigcorrie (de keerlus) kan de samenstelling van een trein niet worden veranderd. Daarom hebben wagens bestemd voor Craigcorrie altijd de code 'rood' op het eerste 2/3 segment van de ring. Zo komt de trein later terug met op elke wagen een geldige bestemmingscode, zonder dat de ringen hoeven te worden omgekeerd om de volgende bestemming te kunnen lezen. Dat geldt ook voor de zijlijn naar Glenfinnan.

Zelfs met tientallen goederenwagens keren uiteindelijk vaak dezelfde treincombinaties terug. Dit kan worden opgelost door de ringetjes anders te verdelen over het materieel. Wanneer er meer materieel in dienst komt, raken bestaande stations overbelast. Het antwoord daarop is een extra trein wegzetten in het keerlusstation. Daar is één spoor gereserveerd voor goederentreinen en één voor gemengde treinen, telkens twee achter elkaar. Doordat treinen elkaar zo kunnen aflossen, is een trein die je uit de keerlus oproept niet altijd dezelfde als die er werd weggezet. Het kost alleen wel extra lokomotieven, maar die bestellen we dan even bij Hunslet of Beyer Peacocků

Links: zware goederentrein achter de Tralee & Dingle Hunslet op Inverlochan Moor. Rechts: een enkele veewagen wordt per direct meegestuurd met de reizigerstrein. Vee wordt altijd zo snel mogelijk vervoerd om voor de hand liggende redenen.

De praktijk

Sinds ik zo'n 30 jaar geleden met vrachtbrieven ben gaan rijden, is het rangeren bij de C&DR geen doelloze bezigheid meer. De gekleurde merkjes op mijn wagens zie ik nauwelijks meer en het plezier van het afwisselende vervoersbeeld weegt daar ruimschoots tegen op.

Het treingewicht wisselt sterk. Soms is er een extra locomotief nodig, soms is er niets te vervoeren en rijdt de loc vanwege de materieelomloop alleen met de treinbegeleidingswagen. Als het op een station te vol wordt, moet de stationschef naar zijn buurman telegraferen om een aantal lege wagens over te nemen. Echt leuk wordt het wanneer de havenrangeerloc voor een zware klus moet bijspringen, maar toevallig met de ballasttrein op stap is aan de andere kant van de lijn.

Als er iets is waar Angus Macnab, de machinist van loc 3 'Maid of the Loch', het land aan heeft, dan is het om de oude loc voluit de helling op te jagen. Dat is niet goed voor de lagers, zegt hij, en eigenlijk is de 'Maid' geen goederenmachine. Niet iedereen is het daarmee eens, en zo werd hij vorige maand in Dunalistair verrast door tien afgeladen wagens naar Rae Bridge. En dat met de helling van 3% naar Kinlochalastair en de standby-loc weg voor zijn ketelbeurt. Niemand weet, wat Angus precies heeft gezegd tegen de ladingbeambte in het kantoortje naast de goederenloods, maar er wordt gefluisterd dat die zich een week lang niet heeft laten zien...