Craigcorrie & Dunalistair Railway Company

Richtlijnen voor den Goederendienst

Het is de Directie ter ore gekomen dat op dezen Spoorweg goederenwagens zonder vacuümrem dikwijls in gemengde treinen worden vervoerd tusschen de locomotief en het reizigersmaterieel. Dit gebruik moet worden beëindigd, aangezien het de capaciteit der beremming vermindert en tevens het reizigersmaterieel verstoken laat van de verplichte vacuümreminrichting. Tevens blijkt goederenmaterieel zonder vacuümrem aan de achterzijde der reizigerstreinen te worden gekoppeld, zonder achterop lopenden treinbegeleidingswagen. Derhalve zijn met onmiddellijken ingang de volgende Richtlijnen van kracht met betrekking tot den Goederendienst.

  1. Treinbegeleidingswagens en beremde rijtuigen. Het laatste voertuig in elken trein is verplicht voorzien van een direct te bedienen handrem en moet bemand zijn, met uitzondering van reizigerstreinen geheel voorzien van een vacuümrem.
  2. Goederenwagens in reizigerstreinen. Meerdere goederenwagens vervoerd in reizigerstreinen moeten te allen tijde als een eenheid zijn gekoppeld.
  3. Goederenwagens met vacuümrem in reizigerstreinen. Een maximum aantal van drie goederenwagens met vacuümrem, waarin expressegoed wordt vervoerd, mag achteraan een reizigerstrein worden vervoerd op voorwaarde dat alle remleidingen zijn aangesloten en de rem van het laatste voertuig aangetoond is in werking te zijn volgens regel 8.
  4. Goederenwagens zonder vacuümrem in reizigerstreinen naar Dunalistair. In geen geval mag het aantal goederenwagens zonder vacuümrem groter zijn dan éénderde van het aantal voertuigen in den trein. Een teveel aan goederenwagens dient te worden achtergelaten in afwachting van den volgenden goederentrein.
  5. Volgorde van wagens met en zonder vacuümrem in den trein. Wagens zonder vacuümrem dienen te allen tijde achter wagens met vacuümrem in den trein te worden gekoppeld, en dienen gevolgd te worden door een treinbegeleidingswagen.
  6. Bedrijf op hellingen. Bij het naderen van een neergaanden helling van meer dan 2% moet de trein tot stilstand worden gebracht teneinde de helft der handremmen op de wagens zonder vacuümrem aan te draaien.
  7. Veiligheidskettingen. De veiligheidskettingen van alle wagens in den trein moeten met elkander verbonden zijn, ook als de remleidingen van alle wagens zijn aangesloten.
  8. Contrôle der remmen. Volgend op elken wijziging in den samenstelling der trein is voorafgaande aan het vertrek een contrôle van den vacuümrem verplicht als volgt:

Opgesteld en verbeterd met dank aan den heer David R Burleigh, General Manager, Llanmynach & Tawel-Llety Railway, Merionethshire, Verenigd Koninkrijk.

Ondertekend: T.W.Polet, Technisch Directeur

4 februari 1910.