1 - Goederenmaterieel

(klik hier voor deel 2 - Reizigersmaterieel)

Mijn eerste rollend materieel ontstond uit een normaalsporige wagenbak met een N-spoor onderstel daaronder. Na korte tijd ging ik met behulp van 1 mm triplex en karton zelf aan de slag, en uiteindelijk ben ik geheel in plasticplaat en -strip gaan bouwen. Ik kon in die beginjaren nauwelijks vermoeden dat het materieelbestand zou groeien tot meer dan 100 modellen - meer wagens dan menige smalspoorweg ooit heeft bezeten!

Tot ongeveer 1980 gebruikte ik hoofdzakelijk karton voor mijn goederenmaterieel. Een hele serie wagens is gebouwd met behulp van de ouderwetse kartonnen NS-treinkaartjes uit de jaren '70, die precies de juiste maat hadden voor een kartonnen vloer en zijwanden van een goederenwagen. Het dak van die wagens maakte ik van gelaagd karton: twee visitekaartjes, op elkaar gelijmd in de juiste kromming voor de vormvastheid. Sommige goederenwagens kregen een buitenliggend houten raamwerk voor de wagenbak, gemaakt van luciferhoutjes. De resulterende modellen waren nog een beetje primitief, maar ik heb er jarenlang plezier van gehad totdat ik rond 1995 begon met een grote vervangingsoperatie.

Eind jaren '70 begon ik meer plastic te gebruiken bij de bouw van goederenmaterieel. Ook heb ik nog een aantal modellen gebouwd met behulp van modelbouwlatjes, maar dat is een vrij lastig proces. Sommige modellen zijn echter ontstaan door de zijden te gebruiken van normaalsporige wagens in bouwdoosvorm. Tot voor 10 à 20 jaar waren dat de oude Airfix (later Dapol) bouwpakketten, maar meer recent heb ik andere leveranciers gevonden die voor een gering bedrag een wagenbak op de (Britse) markt brengen. Het belangrijkste probleem daarbij is dat de kopeinden moeten worden versmald tot zo'n 26 of 28 mm. Het gebruik van standaard N-spoor onderstellen compleet met koppeling resulteert in een zeer bedrijfszeker model dat direct inzetbaar is.

Begin jaren '90 verschenen de eerste wagens op basis van een bouwpakket uit de Britse markt. Dit zijn veelal grotere modellen zoals de op draaistellen lopende wagens van de Lynton & Barnstaple Railway, uitgebracht door Nine Lines. Vrij recent is een serie gesloten wagens van de Tralee & Dingle Railway, op basis van de prima kits van Parkside Dundas.

Deze drieassige treinbegeleidingswagen is gebaseerd op een wagen van de West Clare Railway in Ierland, alleen is de spoorwijdte kleiner en staat hij lager op zijn wielen. Dit waren primitieve wagens met een zwaar buitenliggend balkenframe en een onderstel volgens het patent van Cleminson, waarbij de middelste as verschuift en de buitenste assen stuurt. Het model is van plastic en heeft een volledig werkend onderstel. De buitenste wielen zijn de helft van een schaal N wagen, elk op een draaiend en kantelend subframe geplaatst. Een deel van het gewicht wordt overgedragen op de middelste as, die heen en weer schuift en op en neer kan bewegen. Op die manier is een volledig functioneel drieassig onderstel ontstaan, dat soepel door een boog met 225 mm straal loopt. Deze wagen rijdt achteraan de kolentreinen en vervangt de lichte tweeassers die daar vroeger voor werden gebruikt.

Een blik op de onderzijde. De middelste wielen schuiven heen en weer en besturen de buitenste wielen. De buitenste subframes kunnen ook een stukje kantelen. Ze brengen een deel van de last over op de middelste wielen, die daardoor netjes in het spoor blijven.

Links: vier nieuwe wagens naar het voorbeeld van de Tralee & Dingle Railway, ook in Ierland, tijdens een rangeerbeweging. Deze wagens zijn gebouwd met Parkside Dundas kits en zijn fijn gedetailleerd. Het enige nadeel is de wielen, die niet altijd goed concentrisch zijn. Een beetje draaien aan de wielen op de as heft de waggelende gang op, er blijft dan alleen een lichte verticale beweging over die niet opvalt. Rechts: een 'boterwagen' van de Tralee & Dingle (T&D) is gewijzigd in een viswagen, alleen door er letters op te plakken. Er naast staat de viswagen die Mick Thornton een aantal jaren geleden voor mij heeft gebouwd van plasticplaat. De detaillering blijft niet ver achter bij die van het model van Parkside Dundas.

Links: wagen 35 is een normale gesloten wagen van de T&D zonder de ventilatie-openingen die er een veewagen van maken. Goed te zien zijn de fijne nagelkoppen en het remwerk onder de vloer. Dit is een prima gedetailleerde kit, die het ook goed doet in 009 wanneer je een wat ruimer laadprofiel hebt. Rechts zijn drie oude wagens te zien die door de T&D wagens zijn vervangen. No. 35 is een plastic model van rond 1980. No. 32 is een van dun triplex en karton gemaakte wagen uit 1969, waar later plastic profielen op zijn geplakt. Nummer 33 is één van twee kartonnen wagens met frames van luciferhout, die in in 1976 op zee heb gebouwd. Mick Thornton heeft de andere, nummer 34, en heeft daarvoor in de plaats de viswagen gebouwd.

Het meesterstuk van Bert van Rhijn: de paardenwagen van de Tralee & Dingle Railway, no. 1T, geheel gebouwd van plasticplaat en -strip. Bert heeft er twee gebouwd, een smalle voor hemzelf en een brede voor de C&DR. Tijdens een reis van een aantal leden van de Dutch 009 Group naar Engeland kwam hij met deze verrassing op de proppen. Zoek de verschillen met de Parkside Dundas goederenwagen links...

Links: twee normaalsporige wagenbakken van Cooper Craft zijn versmald tot ongeveer 28 mm en op een verlengd schaal N onderstel geplaatst. Ze zijn uitgerust met remwerk en verweerd met als resultaat twee goed gedetaileerde moderne wagens die in de jaren '20 van de vorige eeuw konden zijn gebouwd. Rechts is een foto van wagen 30, een model van Nine Lines van de County Donegal Railways in Noord-Ierland, een beetje verlaagd op het onderstel omdat het wel wat erg hoog bleek te zijn. Het golfplaten dak is een aardig detail. Deze wagens bleken wat aan de grote kant te zijn voor 009, dus ik heb er niet meer gebouwd. Het remwerk is wat simpel uitgevoerd, maar dit is dan ook een veel oudere kit dan die van de T&D wagens van Parkside Dundas.

Links: wagen 31 is gemaakt van een oude Airfix kit voor een wagen van British Railways uit de jaren '50. Het model is versmald en op een verlengd vierassig onderstel geplaatst met een remplatform. De deuren van de kit konden open met primitieve scharnieren, vandaar de vierkante gaten in de deuren. Desondanks is het een goed gedetailleerd model geworden door de fijne details van de oorspronkelijke kit. Rechts is een zelfgebouwde wagen uit het einde van de 19e eeuw, met diagonaal geplaatste planken. Ik heb er twee gebouwd, gebaseerd op een bouwwijze van de Isle of Man Railway. Ze hebben spaakwielen van Fleischmann en het onderstel is van Lima. Het dak is van styreen met tissuepapier er op geplakt met plastic cement. Helaas zijn de daken daardoor kromgetrokken, maar mijn collega-modelbouwers zeggen dat dat ook in het echt weleens voorkwam, dus ik laat het maar zo!

De nummers 42 en 44 zijn twee kartonnen wagens, die ik in 1976 op zee heb gebouwd. Zij maken deel uit van de serie van 16 goederenwagens die ik al eerder heb genoemd, allemaal gebouwd van ouderwetse kartonnen NS-kaartjes uit de jaren ’70. Deze zijn allemaal gedetailleerd met strookjes dun karton en ingekraste planknaden. Er zijn vier zulke veewagens, waarvan drie zonder dak. Ze lopen op een schaal N onderstel en ik heb ze al zo lang dat ik ze niet meer ga vervangen. Kort geleden heb ik het remwerk verbeterd en de wagens flink vervuild. Het remwerk bestaat uit een remcilinder, remblokken en hangers, stangen en een remhendel.

Wagen 28, die in de foto wordt gerangeerd door de 'Mier' is er een van een drietal 1 mm triplex wagens die ik in 1969 heb gemaakt. Van oorsprong waren ze voorzien van de letters 'CCC' voor de Craigcorrie Colliery Company. Het ijzerwerk is met plastic cement aan het hout geplakt. De diagonalen zitten verkeerd om. Na een aantal jaren in een doos, zonder wielen, heb ik deze wagens weer opgeknapt en overgeschilderd. Met betere details en een lading turf doen ze het nog prima.

Treinbegeleidingswagen 19 is een van twee wagens die zijn gemaakt van de Airfix treinbegeleidingswagen. Dit is de langste van de twee, met een gereedschapskist aan een uiteinde. Beide wagens zijn voorzien van remwerk en kettingen, en hebben jarenlang prima dienst gedaan zowel op de kolentrein als in de goederendienst. Op de kolentrein zijn ze nu vervangen door de zware West Clare drieasser.

De vierassige platte wagen 21 is gemaakt van strookjes hout en uitgerust met vier spanstangen onder de wagen. De locomotiefketel is kort daarna toegevoegd en niet lang geleden zijn remwerk en veiligheidskettingen aangebracht, waarna alles vuil is gemaakt. Een wagen met zo’n lading is een ongebruikelijk gezicht op smalspoor, maar als je hem hier of daar op een zijspoor neer zet is het wel leuk.

De Esso ketelwagen dateert uit 1980 en is gemaakt van een stuk kartonnen buis, strookjes hout, een plastic ladder en allerlei klein materiaal. Ook deze wagen is onlangs voorzien van beter remwerk, kettingen en vervuiling, waarmee een niet alledaags smalspoormodel is ontstaan. Het Esso logo kwam uit een bouwpakket van Airfix en is eigenlijk te modern voor het tijdsgewricht van de spoorweg.

Veewagen 45 en 46 zijn gemaakt met onderdelen van een normaalsporige veewagen van Airfix. Evenals de vierassige gesloten wagen 31 hebben de deuren nog de vierkante gaten van het primitieve scharniersysteem van de deuren van deze kit. De wagen is versmald en ingekort en waar nodig zijn extra diagonale balken aan de buitenzijde toegevoegd. Doordat deze wagens precies zo zijn geschilderd en verweerd als de kartonnen veewagens passen ze er goed bij. Ook deze wagens hebben onlangs verbeterd remwerk en veiligheidskettingen gekregen zoals te zien in de rechter foto.

Treinbegeleidingswagen 2D is gemaakt van een kartonnen ‘bouwplaat’ van een wagen van de Tralee & Dingle Railway in Ierland. Deze is gemaakt door Paul Titmuss, die een modelbaan gebaseerd op de T&DR bouwt. Door de instructies goed op te volgen en de planknaden goed in te krassen is een behoorlijk gedetailleerd model ontstaan. Karton is dus beslist geen tweederangs bouwmateriaal. De bouwplaat (eigenlijk een bouwtekening op dun karton) is door mij verkleind naar schaal 1:80 omdat locomotief 3D (ook gebaseerd op een T&D loc) op schaal 1:87 is en de T&D wagens van Parkside Dundas op 1:76 zijn. Anders valt de loc in het niet bij deze wagen. Nu lijkt het nog redelijk te passen hoewel de veewagen in de rechter foto eigenlijk wat kleiner moet zijn dan de loc en nummer 2D.

Links: twee open bakwagens op de kade in Dunalistair. Het linker model is een eenling die ik begin jaren ’90 heb gebouwd tijdens een tentoonstelling. De rechter wagen is er een van vier. Beide zijn gebouwd van styreenplaat met een plankenmotief. Dit soort wagens is heel eenvoudig te bouwen, meestal in series, door plastic strip op de ondergrond te plakken en later alles op maat te snijden. Ze zijn alle op (al of niet ingekorte) schaal N onderstellen gezet. Rechts is de lage bakwagen 52 te zien samen met de hoge triplex bakwagen die eerder is beschreven. Wagen 52 is ontstaan uit een Tri-ang TT wagenbakje, dat is ingekort en op een schaal N onderstel gezet. De container op de wagen is een plastic doos met een daarop geplakte dun kartonnen bovenlaag, bedrukt met één van de eerste kleurenprinters die ik ooit heb mogen gebruiken.

Links: op de kolenpier in Dunalistair staan vier typen kolenwagens die in 2011 in gebruik waren. Van links naar rechts een Roco stalen onderlosser met binnenliggende wiellagers, een houten onderlosser van Roco waarop een extra plank is geplaatst om het laadvermogen te vergroten, een open wagen met een einddeur en houten stootbuffers, en een kolenwagen van een meer conventioneel type. De Roco wagens reden in stammen van 7 of 8 met aan weerszijden een schaal N koppeling. Ik heb er 17, waarvan er diverse zijn voorzien van een N koppeling. Ze lopen rumoerig en stroef en zijn eigenlijk ongeschikt voor langeafstandsvervoer. Na de invoering van meer conventionele kolenwagens in 2013 zijn ze grotendeels buiten dienst gesteld. De andere wagens zijn gemaakt van plasticplaat en lopen op schaal N onderstellen. Rechts hierboven een rijtje nieuwe Colin Ashby wagens bij de kolenmijn, naast de onlangs in dienst gestelde Baldwin rangeerloc.

Een drietal treinbegeleidingswagens, waarvan twee (nummer 16 en 19) gebaseerd zijn op een Airfix kit, zoals boven beschreven. De andere (nummer 15) is een kartonnen drieasser horende bij het stel wagens dat ik in 1976 op zee heb gebouwd. Deze wagen bestaat nog steeds, maar is buiten dienst gesteld. De kartonnen wagens waren jarenlang de ruggengraat van het goederenverkeer op de C&DR. Ook was er een kartonnen kolentrein, die na verloop van tijd vervangen is door de kolenwagens in de vorige foto.

In de nummering van de C&DR komen drie wagens voor van de distilleerderij. De afgebeelde tweeasser is er één van een stel, genummerd 35A en 35B. Deze zijn op dezelfde wijze gebouwd als de gele container die eerder is beschreven. De vierasser volgens een model van de Lynton & Barnstaple Railway is ontstaan uit een bouwpakket van Nine Lines. De letters op de zijkant zijn aangebracht met droge transfers, twee kleuren over elkaar. Ik kreeg er de kriebels van en de wagen heeft lange tijd rondgereden met letters aan slechts één kant, tot ik me er toe kon zetten om ook de andere kant te doen.

Nog een foto van de viswagen van Mick Thornton, vergezeld van een dynamietwagen van de kolenmijn, eveneens gemaakt door Mick met dezelfde printtechniek die al eerder is beschreven. Mick gebruikte alleen Windows 95 terwijl ik nog MS-DOS gebruikte! In ieder geval heb ik nu een dynamietwagen, hoewel hij meestal ergens ver weg is gezet vanwege het gevaar voor de rest van de spoorweg. Eigenlijk jammer omdat het best een leuk model is.

De open vierasser 77 en de tweeasser 70 zijn modellen van Nine Lines. De eerste is een model van een wagen van de Lynton & Barnstaple Railway, de andere is van de County Donegal Railways in Noord-Ierland, die echter wat lager op zijn frame is gezet omdat hij anders te hoog zou worden. Beide zijn onlangs flink vervuild toen ik al het goederenmaterieel heb aangepakt, dat tot dan toe veel te schoon was.

Dit drietal platte tweeassers dateert uit de jaren ’70 en is gebouwd van karton en balsahout met wat plastic onderdelen. Ze zijn alle voorzien van remwerk en kettingen om ze te laten aansluiten bij het andere materieel. De lading is allemaal bestemd voor de ijzergieterij. Wagen 22 (rechts) en 23 (links) horen bij de 16 die ik in 1976 op zee heb gebouwd.

DEEL 2 - Reizigersmaterieel